maandag 12 juni 2017

Het is nu lente

Je zou denken: "Hoe fijn is het niet dat het lente wordt? Het wordt warmer, bomen en struiken worden weer groen, de dagen worden langer, er komt meer kleur in de tuin door al die bloeiende bloemen, de zomer komt eraan." Dat zou je denken! Ik vond het helemaal niet fijn. Veel heftiger dan de maanden daarvoor kwamen herinneringen aan Gert naar boven. Wat deden we vorig jaar in deze tijd van het jaar? Waar waren we, waar maakten we ons druk om, hoe kwamen we de dagen door? Allemaal vragen die ik eigenlijk helemaal niet meer wilde beantwoorden en waar ik niet meer over wilde denken. Die lente kon me gestolen worden!

Jaren geleden kreeg Gert van een nichtje een schoolbordje in de vorm van een hartje. Gert vroeg  bijna elke dag: "Wat is het nu, is het nu lente?" Daarom hing ik het bordje aan de voordeur en schreef er voor hem op welk seizoen het was. Dat hartje hangt nog steeds aan de voordeur. Nog even en ik zet erop: "Op naar de zomer!"


Drie keer per week

Drie maanden geleden schreef ik mijn laatste stukje over hoe ik het gemis van Gert probeer te verwerken. Kijk ik mijn agenda door van de afgelopen maanden, dan heb ik me redelijk goed gehouden aan de afspraak die ik met een goede raadgeefster heb gemaakt: zorg dat je drie keer in de week met iemand contact hebt, per telefoon, op straat of bij een bezoek. Toen ik die raad kreeg, moest ik een beetje grinniken. Drie keer per week! Dat moest lukken. Er zijn echter al een paar weken in april geweest dat ik erg mijn best moest doen om het huis uit te komen en die drie contacten te halen. Het liefst had ik toen de hele dag in mijn bed gelegen met het dekbed over mijn hoofd, weg van de wereld, met even geen gedachten en herinneringen. Maar dat kon niet: Bonne moest uitgelaten worden. Op zulke dagen is een hond als Bonne je redding. Ook een appje van een oplettende lieve buurvrouw eind van de ochtend ('Is er iets met je aan de hand? De gordijnen zitten nog dicht!'), brengt je weer terug op de wereld. Dan pak je je agenda er maar weer bij en probeert drie contactmomenten te plannen.

dinsdag 7 maart 2017

Block book

Een grijze dag. Een dicht wolkendek. Een natte wereld. Zo'n dag waarop ik Gert vreselijk mis. Soms probeer ik het gemis weg te drukken: ik ga buiten wandelen met Bonne, ik zet een dvd op met een serie (Borgen) waarvan ik dan een paar afleveringen kijk of een dvd met een mooi popconcert (Willy De Ville), ik leg de puzzel op tafel (5000 stukjes), waag me weer aan een sudoku of begin in een ingewikkeld boek (Bill Bryson, Een kleine geschiedenis van bijna alles). Soms ook geef ik eraan toe: ik ben gewoon verdrietig, ik zet Gerts muziek op en echt lastig: ik ga foto's kijken. Meestal nam ik daar de foto's van de laatste jaren voor, de foto's die op mijn computer en Ipad staan. Sinds enige tijd niet meer. Ik heb namelijk een block book gemaakt, een fotoboekje met uitsluitend foto's van Gert, een Gert die nog blij en vaak lachend de wereld in kijkt. Ik ben er vreselijk blij mee. Wanneer ik ook maar wat onwennig door het huis dool, geen idee heb wat te doen en Gert zo graag om me heen wil hebben, pak ik het block book. In Gerts stoel met Bonne aan mijn voeten bekijk ik de foto's en het gaat weer goed met me.

Toen onze Mop een Mopje was ...

Ben ik nou altijd zo vergeetachtig geweest? Raakte ik voorheen ook helemaal in paniek als ik iets echt niet meer weet? Hoe kan het toch dat ik van alles kwijt ben?

Het was weer eens zover. Onverwachts overviel mij de gedachte dat ik een creditcard nodig heb als ik met vakantie ga deze zomer. Of had ik er al een? Ik vond hem in mijn portemonnee. Maar hoort daar ook een pincode bij? Wat was die code dan? Met behulp van een memory-kaartje, ooit door de Postbank aan de vergeetachtigen onder ons aangeboden, kwam ik op een code. Die code zei me echter niets. Wat nu? Misschien had ik de brief met de code bewaard? Dat mag natuurlijk helemaal niet, maar in mijn verstrooidheid ... Ik voelde een lichte paniek opkomen. Toch maar even zoeken dus. Ik zocht in de meest voor de hand liggende laadjes: natuurlijk vond ik die brief niet. Maar ik vond wel wat anders.

Onder in een van de laadjes vond ik de brief waarin stond dat Gert en ik onze pup konden ophalen. Op een geeltje had ik de afspraak met de fokker geschreven: op 7 juli 2007 moesten we naar Kollumerpomp in Friesland om onze Drentsche patrijshond op te halen. Ik weet nog hoe we naar huis reden: Gert achter het stuur van onze Volvo, ik met Bonne op een handdoek op mijn schoot, aan mijn voeten een zak met brokjes. Bonne zag eruit als een Jack Russel: glad van haar, zijn staartje als een antenne omhoog, stevige poten onder een beweeglijk lijfje, grote lange oren. Gert was gelijk gek op die hond. Hij was vreselijk bezorgd dat Bonne iets zou overkomen. Daarom hield hij Bonne altijd heel strak vast, wat Bonne niet altijd zo leuk vond.

dinsdag 17 januari 2017

Hernia

Zuidbroek, 16 januari 2010
In de nacht van donderdag op vrijdag liep ik met Bonne in de sneeuw. Niet omdat ik niet kon slapen of als eerste in de sneeuw wou lopen. Nee, ik was echt liever in bed gebleven. Maar Bonne lag te piepen in zijn bench. Dus naar buiten. Eenmaal buiten wilde hij nauwelijks lopen. Zitten lukte niet. Eigenlijk wilde hij alleen liggen. Af en toe piepte hij hard, gilde. Terug in de schuur wilde hij niet de twee treedjes naar de bijkeuken op: te hoog!? Ik liep met hem om naar de voordeur, een flinke trap op, maar met minder hoge treden. Dat zat niet goed! De volgende dag constateerde de dierenarts een hernia!

Wat zou dit alles een enorme paniek bij Gert teweeggebracht hebben. Die sneeuw, de kou, het gegil en gepiep van Bonne, mijn 'beheerste' paniek. Gert was altijd heel bezorgd voor Bonne. Als we een paar dagen weggingen en Bonne naar het dierenpension gebracht hadden, wilde hij het liefst de eerste dag al bellen of alles goed was met Bonne. Eenmaal thuis moesten we direct Bonne ophalen. Of Bonne het begreep? Ik denk het wel, want als hij ons zag, stormde hij op Gert af. Om vervolgens om te keren en de opvang weer in te rennen ...


maandag 9 januari 2017

Kijken in de ziel

Aankondiging van het tweeluik Kijken in de ziel:

'In het tweeluik Kijken in de ziel: De achterblijvers, praat Coen Verbraak op 2 en 9 januari met mensen die hebben ervaren hoe het is om iemand te verliezen. Iedereen krijgt in zijn leven te maken met rouw. Maar wat is rouw precies? Hoe rauw kan rouw zijn? Hoe leef je verder na het verlies van een partner, een kind of een andere dierbare? Gaat rouw op een dag over, of kun je je leven lang in verdriet blijven hangen? En is de balans na zoiets droevigs uitsluitend negatief, of gloort er zelfs na het diepste donker toch weer licht aan het eind van de tunnel?'

Beide afleveringen heb ik gezien. Ze laten zien wat het verlies van ouders, een partner of kinderen betekent voor degenen die achterblijven. De manier waarop gerouwd wordt, verschilt per persoon.Wat de achterblijvers gemeen hebben, is dat ieders leven blijvend veranderd is doordat een vorm van verdriet deel is gaan uitmaken van hun binnenste, van wat ze voelen en doen, van wie of wat ze zijn. Verdriet dat nooit meer weggaat; dat onder controle gehouden moet worden, dat soms onverwacht opkomt, dat elke blijde gebeurtenis ook een verdrietig randje geeft vanwege het gemis, dat onzeker maakt of wel alles gezegd is, dat maar heel langzaam minder wordt, dat op momenten eenzaam maakt. En ik? Ik maak een mix van al die gevoelens mee. Het overkomt me, beter gezegd: het overvalt me: als ik alleen thuis ben, als het grijs, donker weer is, als er iets onverwachts gebeurt, als ik een lastige beslissing moet nemen, als er over dementie of euthanasie gesproken wordt, als ik Gerts muziek hoor, als ik alleen in bed lig, als ik uit Gerts kast iets wil pakken. Gelukkig is Bonne er nog. We lopen wat af!

Bolletjes

Wat er ook gebeurt, hoe onvoorstelbaar het me ook soms lijkt: alles gaat gewoon door. Het is inmiddels 2017. Ik heb de 'feestdagen' overleefd. De koude, nare maanden januari en februari zijn aangebroken. Ik ben bang dat het meer dan voorgaande jaren 'even doorzetten' wordt. "Weet je wat je moet doen, Simone?", zei de vrouw van een van mijn neefjes toen ik haar vertelde dat ik zo opzag tegen de eerste maanden van het nieuwe jaar. "Koop een paar bakjes met bolletjes: narcissen, blauwe druifjes, tulpjes misschien. Dan haal je de lente alvast in huis. Je zult zien dat het helpt. Je wordt er vast een beetje blij van." Ze keek er zo blij bij: ik moest haar wel geloven. Ik heb nu een bakje met knalgele narcissen staan. Ik doe echt mijn best, maar januari blijft een lastig begin van het jaar. Had ik blauwe druifjes moeten nemen?