dinsdag 7 maart 2017

Block book

Een grijze dag. Een dicht wolkendek. Een natte wereld. Zo'n dag waarop ik Gert vreselijk mis. Soms probeer ik het gemis weg te drukken: ik ga buiten wandelen met Bonne, ik zet een dvd op met een serie (Borgen) waarvan ik dan een paar afleveringen kijk of een dvd met een mooi popconcert (Willy De Ville), ik leg de puzzel op tafel (5000 stukjes), waag me weer aan een sudoku of begin in een ingewikkeld boek (Bill Bryson, Een kleine geschiedenis van bijna alles). Soms ook geef ik eraan toe: ik ben gewoon verdrietig, ik zet Gerts muziek op en echt lastig: ik ga foto's kijken. Meestal nam ik daar de foto's van de laatste jaren voor, de foto's die op mijn computer en Ipad staan. Sinds enige tijd niet meer. Ik heb namelijk een block book gemaakt, een fotoboekje met uitsluitend foto's van Gert, een Gert die nog blij en vaak lachend de wereld in kijkt. Ik ben er vreselijk blij mee. Wanneer ik ook maar wat onwennig door het huis dool, geen idee heb wat te doen en Gert zo graag om me heen wil hebben, pak ik het block book. In Gerts stoel met Bonne aan mijn voeten bekijk ik de foto's en het gaat weer goed met me.

Toen onze Mop een Mopje was ...

Ben ik nou altijd zo vergeetachtig geweest? Raakte ik voorheen ook helemaal in paniek als ik iets echt niet meer weet? Hoe kan het toch dat ik van alles kwijt ben?

Het was weer eens zover. Onverwachts overviel mij de gedachte dat ik een creditcard nodig heb als ik met vakantie ga deze zomer. Of had ik er al een? Ik vond hem in mijn portemonnee. Maar hoort daar ook een pincode bij? Wat was die code dan? Met behulp van een memory-kaartje, ooit door de Postbank aan de vergeetachtigen onder ons aangeboden, kwam ik op een code. Die code zei me echter niets. Wat nu? Misschien had ik de brief met de code bewaard? Dat mag natuurlijk helemaal niet, maar in mijn verstrooidheid ... Ik voelde een lichte paniek opkomen. Toch maar even zoeken dus. Ik zocht in de meest voor de hand liggende laadjes: natuurlijk vond ik die brief niet. Maar ik vond wel wat anders.

Onder in een van de laadjes vond ik de brief waarin stond dat Gert en ik onze pup konden ophalen. Op een geeltje had ik de afspraak met de fokker geschreven: op 7 juli 2007 moesten we naar Kollumerpomp in Friesland om onze Drentsche patrijshond op te halen. Ik weet nog hoe we naar huis reden: Gert achter het stuur van onze Volvo, ik met Bonne op een handdoek op mijn schoot, aan mijn voeten een zak met brokjes. Bonne zag eruit als een Jack Russel: glad van haar, zijn staartje als een antenne omhoog, stevige poten onder een beweeglijk lijfje, grote lange oren. Gert was gelijk gek op die hond. Hij was vreselijk bezorgd dat Bonne iets zou overkomen. Daarom hield hij Bonne altijd heel strak vast, wat Bonne niet altijd zo leuk vond.

dinsdag 17 januari 2017

Hernia

Zuidbroek, 16 januari 2010
In de nacht van donderdag op vrijdag liep ik met Bonne in de sneeuw. Niet omdat ik niet kon slapen of als eerste in de sneeuw wou lopen. Nee, ik was echt liever in bed gebleven. Maar Bonne lag te piepen in zijn bench. Dus naar buiten. Eenmaal buiten wilde hij nauwelijks lopen. Zitten lukte niet. Eigenlijk wilde hij alleen liggen. Af en toe piepte hij hard, gilde. Terug in de schuur wilde hij niet de twee treedjes naar de bijkeuken op: te hoog!? Ik liep met hem om naar de voordeur, een flinke trap op, maar met minder hoge treden. Dat zat niet goed! De volgende dag constateerde de dierenarts een hernia!

Wat zou dit alles een enorme paniek bij Gert teweeggebracht hebben. Die sneeuw, de kou, het gegil en gepiep van Bonne, mijn 'beheerste' paniek. Gert was altijd heel bezorgd voor Bonne. Als we een paar dagen weggingen en Bonne naar het dierenpension gebracht hadden, wilde hij het liefst de eerste dag al bellen of alles goed was met Bonne. Eenmaal thuis moesten we direct Bonne ophalen. Of Bonne het begreep? Ik denk het wel, want als hij ons zag, stormde hij op Gert af. Om vervolgens om te keren en de opvang weer in te rennen ...


maandag 9 januari 2017

Kijken in de ziel

Aankondiging van het tweeluik Kijken in de ziel:

'In het tweeluik Kijken in de ziel: De achterblijvers, praat Coen Verbraak op 2 en 9 januari met mensen die hebben ervaren hoe het is om iemand te verliezen. Iedereen krijgt in zijn leven te maken met rouw. Maar wat is rouw precies? Hoe rauw kan rouw zijn? Hoe leef je verder na het verlies van een partner, een kind of een andere dierbare? Gaat rouw op een dag over, of kun je je leven lang in verdriet blijven hangen? En is de balans na zoiets droevigs uitsluitend negatief, of gloort er zelfs na het diepste donker toch weer licht aan het eind van de tunnel?'

Beide afleveringen heb ik gezien. Ze laten zien wat het verlies van ouders, een partner of kinderen betekent voor degenen die achterblijven. De manier waarop gerouwd wordt, verschilt per persoon.Wat de achterblijvers gemeen hebben, is dat ieders leven blijvend veranderd is doordat een vorm van verdriet deel is gaan uitmaken van hun binnenste, van wat ze voelen en doen, van wie of wat ze zijn. Verdriet dat nooit meer weggaat; dat onder controle gehouden moet worden, dat soms onverwacht opkomt, dat elke blijde gebeurtenis ook een verdrietig randje geeft vanwege het gemis, dat onzeker maakt of wel alles gezegd is, dat maar heel langzaam minder wordt, dat op momenten eenzaam maakt. En ik? Ik maak een mix van al die gevoelens mee. Het overkomt me, beter gezegd: het overvalt me: als ik alleen thuis ben, als het grijs, donker weer is, als er iets onverwachts gebeurt, als ik een lastige beslissing moet nemen, als er over dementie of euthanasie gesproken wordt, als ik Gerts muziek hoor, als ik alleen in bed lig, als ik uit Gerts kast iets wil pakken. Gelukkig is Bonne er nog. We lopen wat af!

Bolletjes

Wat er ook gebeurt, hoe onvoorstelbaar het me ook soms lijkt: alles gaat gewoon door. Het is inmiddels 2017. Ik heb de 'feestdagen' overleefd. De koude, nare maanden januari en februari zijn aangebroken. Ik ben bang dat het meer dan voorgaande jaren 'even doorzetten' wordt. "Weet je wat je moet doen, Simone?", zei de vrouw van een van mijn neefjes toen ik haar vertelde dat ik zo opzag tegen de eerste maanden van het nieuwe jaar. "Koop een paar bakjes met bolletjes: narcissen, blauwe druifjes, tulpjes misschien. Dan haal je de lente alvast in huis. Je zult zien dat het helpt. Je wordt er vast een beetje blij van." Ze keek er zo blij bij: ik moest haar wel geloven. Ik heb nu een bakje met knalgele narcissen staan. Ik doe echt mijn best, maar januari blijft een lastig begin van het jaar. Had ik blauwe druifjes moeten nemen?


woensdag 23 november 2016

Rouwen

Rouwen. Hoe doe je dat? Op internet kwam ik enkele misvattingen over wat rouw is tegen (Landelijk Steunpunt Rouw):
  • Rouwen betekent intense emotionele pijn voelen
  • Het verlies en de pijn moeten worden aangegaan; afleiding is niet goed
  • Het is belangrijk dat de rouwende de overledenen loslaat
  • Rouw heeft een eindpunt, moet op een gegeven moment over zijn
Hoe verdrietig ik ook kan zijn: soms is het er ook even niet. Dat is maar goed ook. Het zou te zwaar zijn. Je moet nu eenmaal ook opstaan, eten, boodschappen doen, de hond uitlaten, eten koken. Afleiding die heel prettig is. Eind van de middag bijvoorbeeld vind ik een lastig moment. Dan is groenten schoonmaken, eten koken en lekker eten een geweldig mooie afleiding. Het helpt je door een moeilijk moment heen.

Loslaten, verwerken, een plek geven, een eindpunt aan de rouw. Allemaal woorden waar ik juist heel verdrietig van word. Alsof het mogelijk zou zijn afstand van Gert te nemen! Ik hoop dat ik op den duur over Gert kan denken zonder daar al te verdrietig van te worden. Toen Gert nog leefde, was hij niet alleen mijn steun en toeverlaat, maar ook een voorbeeld hoe je positief in het leven kon staan. Als ik dat weer te pakken zou krijgen ...

As in tas

In een paar dagen tijd heb ik het boek 'As in tas' van Jelle Brandt Corstius gelezen. Een heel persoonlijk, prachtig boek. In het boek beschrijft Jelle zijn fietstocht van Amsterdam, waar hij de as van zijn vader Hugo in zijn fietstas doet, naar de Middellandse Zee, waar hij de as in zee uitstrooit. Tijdens de fietstocht komen herinneringen aan zijn vader naar boven. Niet zo gek als je leest dat hij met zijn vader vaker fietstochten ondernam.
Wat me aan het denken zette, was een stukje tekst over rouwen. Een vriend stuurt Jelle een sms'je: "Hoe gaat het met het rouwen?" Jelle vindt het een stompzinnige opmerking, maar gaat er toch over nadenken. Hij schrijft: 'Nu ik er goed over nadenk: het rouwen vond plaats toen hij nog leefde. Door dementie verandert iemand fundamenteel. Je neemt eigenlijk al afscheid van de persoon zonder dementie. Er zijn nog wel wat overeenkomsten tussen die twee mensen, maar ze zijn absoluut verschillend, zoals een tweeling.'

Hoe zit dat bij mij?